terug naar HOME

OLYMPISCHE DROOM

Olympische Droom

Voorproefje I

Het gaat niet goed. Heb een blessure die steeds weer opspeelt. Sinds ik weken terug in het bos over een boomstronk ben gevallen, heb ik pijn aan mijn onderbeen. De huisarts heeft mijn been onderzocht. Stuurt me door. Kom in het ziekenhuis. De specialist denkt te weten wat er met mijn been is. Hij verbiedt mij te sporten. Aan denken heb ik niets. Het gaat erom dat hij het zeker weet. Heb gevraagd of hij in het verleden sporters heeft geholpen. Een paar keer, is het antwoord. Daarop vertrek ik met Jenny. Ik wil een specialist die sporters kent, zeg ik fel tegen Jenny. Zij heeft spoedig een echte deskundige gevonden. Jenny en ik er naar toe. Krijg te horen dat ik minstens de komende drie weken niet mag lopen. Zwemmen mag en fietsen met een kleine versnelling ook. De belasting van mijn been moet heel beperkt zijn. Drie weken! Wat een tegenslag! Het gaat immers zo goed met lopen. De pijn in mijn been moet helemaal weg zijn, voordat ik weer mag lopen. Je krijgt anders spoedig opnieuw pijn, zegt de specialist.
Jenny en ik zwemmen elke dag en fietsen vier keer per week. Voel niets aan mijn been als ik zwem of met een kleine versnelling fiets. Wel als ik wandel, heb dan meteen pijn.

Deze tegenslag duurt langer dan drie weken. Wanneer kan ik gefaseerd opbouwen? Hoeveel tijd gaat er wel niet verloren? Ik mis trainingen en wedstrijden. Ik baal behoorlijk. Val tegen Jenny uit. Ben boos op mezelf, maar uit dat venijnig tegen Jenny. Ik verwijt haar die stomme trainingen in het bos. Door jou heb ik die blessure, roep ik hard. Even later heb ik spijt van mijn uitval. Zie Jenny met betraande ogen. Weet me geen houding te geven

Voorproefje II

Voel me met mijn 18 jaar goed. Mijn zevende atletiekjaar is beloftevol. Sinds ik wat scherper op mijn eten let, ga ik fysiek vooruit. Neem geen zoete tussendoortjes meer, maar in plaats daarvan een tomaat, mandarijn, appel of peer. Ik leef meer dan ooit voor mijn sport die om discipline vraagt en geen excuses accepteert.

Ik vind dat collega's veel zeuren over voeding, begeleiding en media. Echter, daar weiger ik aan mee te doen. Heb het daar onlangs met Jenny over gehad. Jenny zegt: Trek je plan, het is jouw sport.

Ze stelt ook de vraag waarom ik mij van de zeurende collega's iets moet aantrekken.
Ik dirigeer mijn gedachten de juiste kant op. Mijn zelfvertrouwen is groot. Enkel bij verlies krijgt het een knauw die zich kort doet voelen.
Scherpte is meer en meer een kenmerk van mij en dit zowel fysiek als mentaal. Wil er scherp uitzien met mijn afgetraind lichaam en scherp zijn als oplettende loopster tijdens wedstrijden en trainingen.
Gedurende wedstrijden loop ik geduldig, koel en intelligent, zegt Jenny tegen me. Zelf heb ik ook dat beeld. Hoor het zelfs meer dan eens van andere trainers.

De essentie om topsport te bedrijven is vrij simpel. Het is zo eenvoudig, namelijk enkel mijn best doen, goed voorbereiden, uitgaan van eigen kracht, positief zijn en voor de sport leven. Dit is voor mij zeker niet wereldschokkend, maar toont hoe ik het zie. De moeilijkheidsgraad zit in de eenvoud.

Voorproefje III

Tijdens een internationaal bezette wedstrijd kan ik mij definitief plaatsen voor deelname aan de Olympische Spelen. Gezien mijn resultaten van de afgelopen maand en de stijgende vorm moet ik nu onder de vereiste limiet kunnen lopen. Een tijd onder de 4.05 op de 1500 meter is de eis. Dat is nu een haalbaar doel.

Ik heb in de voorbije maand al tweemaal net onder de 4.10 gelopen en gewonnen. Heb dat zelfs gedaan in minder sterk bezette wedstrijden. Ik eindig steeds met voorsprong. Een krant plaatst al een artikel met als kop "Olympisch eremetaal lonkt". Dat is wel voorbarig, vind ik. Voel dat als ik alleen vooruit ben en er is nog 900 meter te lopen, het niet doenlijk is de vereiste limiet te halen. Kijk dus uit naar een sterk bezette, internationale wedstrijd. Deze wedstrijd is nu. Op de deelnemerslijst komen heel wat bekende namen voor. Met de meesten heb ik al meer dan eens gelopen. Van de twaalf atleten die aan de 1500 meter meedoen, hebben er zes een tijd van onder de vier minuten in de benen. Snelle vrouwen staan dus aan het vertrek.

Ik hoop dat er niet al te voortvarend wordt gestart en ik meekan als, zoals vaak, in de laatste 600 meter het tempo wordt opgetrokken.
De wedstrijd verloopt zoals ik hoop. Na 300 meter kom ik als zevende door in 51 seconden. Bij de 700 meter loop ik zesde en de klok geeft 1.55 aan. Lopen we in het tempo van de eerste volle ronde door dan kom ik uit op 4.03. Met die tijd heb ik mijn uitverkiezing tot deelname aan de Olympische Spelen te pakken. Dit flitst door mijn hoofd, terwijl ik Jenny hoor roepen: oké!
Voel dat ik het haal.

Bij het uitkomen van de bocht bij de 800 meter wordt er versneld en flink geduwd. Verlies mijn evenwicht. Een spike van de loopster voor mij belandt vlak onder mijn knie in mijn been. Ik val! Bloed stroomt uit mijn onderbeen. Over de eindstreep kom ik niet meer. Dit is mijn fatale finish. Zonder het meteen te beseffen zit ik verslagen aan de binnenkant van de baan. De gedachte aan een vervelende, hoogst ongelegen blessure bonst in mijn hoofd.

Bestellen? Ga naar "www.woordliefde.nl"

HOME